Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 203 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7557.

Degene die jegens een ander onrechtmatig en toerekenbaar schade veroorzaakt is, behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond, verplicht die schade te vergoeden. Dit beginsel is neergelegd in art. 6:162 BW en geldt voor de bestuursrechtelijke verhoudingen op grond van het ongeschreven bestuursrecht. Uit art. 6:83 aanhef en onder b juncto art. 6:74 BW volgt, dat, bij een onrechtmatige daad, de deswege te vergoeden schade 'uit haar aard terstond is geleden en dat de vordering tot vergoeding daarvan dan ook onmiddellijk opeisbaar' is. Voor bestuursbesluiten brengt dit mee dat een primair onrechtmatig besluit, hoe die onrechtmatigheid ook wordt vastgesteld, direct verplicht tot vergoeding van schade. (...) Vaste jurisprudentie is (...) dat alle schade, welke door dit primaire besluit wordt veroorzaakt, voorzover deze valt binnen de regeling van afdeling 6.10 BW, voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16aca87fe534971a75fa9d161af9334d736dd96c69db26eece75af14a1dca939, en de alinea staat in dat document op bytes 66652 tot 67581.