Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7674.

4. Bij dagvaarding van 21 september 2000 heeft [verweerder] op de voet van art. 36 EEX-Verdrag bij de Rechtbank te Roermond verzet gedaan tegen de beschikking van de President. Als grond voor het verzet heeft [verweerder] onder meer aangevoerd dat het verzoek tot tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van het Landgericht moet worden geweigerd op de grond van art. 27 aanhef en sub 2 EEX-Verdrag. Daartoe heeft [verweerder] gesteld - kort weergegeven - dat, nu het Amtsgericht Geldern zich onbevoegd verklaarde, het geding voor het Landgericht Kleve moet worden aangemerkt als een nieuwe procedure. Het stuk dat het geding voor het Landgericht Kleve heeft ingeleid is niet regelmatig, want niet overeenkomstig art. 5 van het hier toepasselijke Haags Betekeningsverdrag (Verdrag van 15 november 1965, Trb. 1966, 91), aan hem betekend of medegedeeld. Bovendien is de oproeping per post, die volgens [eiseres] aan [verweerder] zou zijn verzonden, door hem nimmer ontvangen, zodat ook aan het tijdigheidsvereiste van art. 27 sub 2 EEX-Verdrag niet is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2, en de alinea staat in dat document op bytes 7975 tot 9045.