Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7674.

11. Met haar overweging - in r.o. 5.7 - dat (ook) de inleiding van de voortzetting van het geding bij het Landgericht Kleve moet voldoen aan de norm gesteld in art. 27 EEX-Verdrag, heeft de Rechtbank kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat naar haar oordeel, ook indien aangenomen moet worden dat naar Duits recht de behandeling voor het Amtsgericht Geldern en de opvolgende behandeling voor het Landgericht Kleve als één procedure moet worden beschouwd, de oproeping voor de voortzetting van de procedure voor het Landgericht Kleve moet voldoen aan de eisen die art. 27 aanhef en sub 2 EEX-Verdrag aan de inleiding van een procedure die in een verstekvonnis eindigt stelt. Dit oordeel wordt in cassatie niet bestreden. Bij de klacht dat de Rechtbank niet of onvoldoende is ingegaan op hetgeen namens [eiseres] is aangevoerd ten betoge van haar stelling dat naar Duits procesrecht de behandeling voor het Amtsgericht Geldern en het Landgericht Kleve als één procedure moet worden beschouwd, mist [eiseres] derhalve belang. Onderdeel 1 kan, zo volgt, niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2, en de alinea staat in dat document op bytes 13944 tot 15041.