Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7674.

13. Ingevolge art. 10 aanhef en sub a van het Haags Betekeningsverdrag wordt de bevoegdheid gerechtelijke stukken rechtstreeks over de post toe te zenden aan zich in het buitenland bevindende personen onverlet gelaten, tenzij de Staat van bestemming verklaart zich daartegen te verzetten. Nederland heeft niet verklaard zich te verzetten tegen deze vorm van kennisgeving. Zie Kluwer's Burgerlijke Rechtsvordering, losbl., Verdragen & Verordeningen, Betekeningsverdrag (bew. P. Vlas), Bijlage I. Zie voorts E.M. Wesseling-van Gent, Rechtsingang en rechtshulp, Praktijkreeks IPR, deel 20, 1994, nrs. 47 en 48. De toezending van de oproeping van [verweerder] over de post moet derhalve worden aangemerkt als een door het Betekeningsverdrag toegestane vorm van kennisgeving. De rechtsklacht is gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2, en de alinea staat in dat document op bytes 15807 tot 16622.