Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7674.
14. Een kennisgeving op de voet van art. 10 aanhef en sub a voldoet evenwel slechts aan de eisen van het verdrag, indien het rechtstreeks over de post toegezonden stuk de geadresseerde ook daadwerkelijk heeft bereikt. Zie HR 1 december 1995 NJ 1997, 28 en HR 31 mei 1996, NJ 1997, 29. [Verweerder] heeft blijkens de gedingstukken gesteld dat hij de hem over de post toegezonden oproeping voor de zitting van 8 november 1995 van het Landgericht Kleve niet heeft ontvangen. Zie de dagvaarding in verzet onder 2 en de pleitnotities van mr. P.G.M. Martens onder 5 en 12. [Eiseres] heeft betwist dat [verweerder] de oproeping niet heeft ontvangen. Zie conclusie van antwoord in oppositie onder 10 en de pleitnotities van mr. B. van Brink onder 11. Na verwijzing zal alsnog onderzocht moeten worden of [verweerder] de hem per post toegezonden oproeping voor het Landgericht Kleve daadwerkelijk heeft ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2, en de alinea staat in dat document op bytes 16642 tot 17560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2 | shasum -a 256