Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7674.

16. De subsidiaire klacht faalt. Zij ziet eraan voorbij dat de vraag of naar Duits procesrecht de oproeping voor het Landgericht Kleve op regelmatige wijze aan [verweerder] is medegedeeld niet beslissend is voor de vraag of kennisgeving overeenkomstig art. 10 aanhef en sub a van het Haags Betekeningsverdrag heeft plaatsgevonden. Het Betekeningsverdrag regelt de grensoverschrijdende kennisgeving van gerechtelijke stukken, doch treedt niet in de regeling van het interne recht van de verdragsluitende staten inzake de inleiding van gerechtelijke procedures. Vgl. Wesseling-van Gent, a.w., nr. 10. De klacht dat de Rechtbank geen aandacht heeft besteed aan de stellingen van [eiseres] ten betoge dat de bedoelde oproeping voldeed aan het Duitse procesrecht, mist in het kader van de hier aan de orde zijnde vraag of overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag aan [verweerder] kennisgeving heeft plaatsgevonden, derhalve belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98bdd31769766d43f86f1ea77351c359649258984d2ac34667231c969b3f51c2, en de alinea staat in dat document op bytes 17818 tot 18761.