Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7675.
3.25. Onderdeel 2. Subsidiair ervan uitgaande dat het aan de feitenrechter is om het moment te bepalen waarop de wijziging van de rechtsgevolgen van de overeenkomst intreedt, klaagt het middel in onderdeel 2 dat 's hofs oordeel niet begrijpelijk is. Voor zover het onderdeel de onbegrijpelijkheid wil afleiden uit een - ook in onderdeel 1 verdedigde - samenhang tussen art. 6:230 en de vernietigbaarheid ex tunc op grond van art. 6:228 BW, faalt het omdat een rechtsoordeel niet met een motiveringsklacht kan worden bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0, en de alinea staat in dat document op bytes 37782 tot 38322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0 | shasum -a 256