Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7675.

Dat het hof aan de veroordeling van [verweerder] c.s. tot betaling van een nadere vergoeding, ter opheffing van het nadeel van [eiseres], niet de consequentie verbindt van een ingangsdatum van die vergoeding met terugwerkende kracht ex tunc, is - naar hierboven bleek - een andere kwestie. Uit de nadeelsopheffing ingevolge art. 6:230 via een veroordeling ex nunc, volgt niet dat er voor de voorafgaande periode, ex tunc, alsnog een andere remedie moet zijn. Het onderdeel dat in wezen betoogt dat, uitgaande van dwaling en vernietigbaarheid ex tunc, er bij de nadeelsopheffing ex art. 6:230 ook sprake moet zijn van nadeelsopheffing met terugwerkende kracht, bouwt wederom voort op onderdeel 1, en moet het lot daarvan delen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0, en de alinea staat in dat document op bytes 42143 tot 42883.