Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7675.

3.21. Belangrijk lijkt mij voorts het bezwaar dat terugwerkende kracht in de regel minder zal aansluiten bij het verwachtingspatroon van partijen dan werking ex nunc. Ik noem als voorbeeld het standaardgeval waarbij de verkoper aan de koper een zaak voor € 200 (of een onroerende zaak voor € 200.000) heeft verkocht. Nadat (een paar jaar later) de dwaling van de koper aannemelijk is bevonden, toont de verkoper, al dan niet na onderhandelen, zich bereid 25% van de koopprijs terug te geven, hetgeen door de koper buitengerechtelijk wordt geaccepteerd. Als het op afrekenen aankomt, zegt de koper echter boven het bedrag van € 50 resp. € 50.000 ook met terugwerkende kracht de wettelijke rente over dat bedrag te willen ontvangen. Ik denk (hoop althans) dat weinigen het met mij oneens zullen zijn, dat de extra rentepost niet iets was waar de koper, toen hij akkoord ging met de restitutie, volgens de Haviltex-criteria op mocht rekenen (of dat de koper hierover een succesrijke volgende dwalingszaak kan beginnen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dce025c661a27165a10b31f66c8048e747916946f4dd3b2431b025ac91f4d8a0, en de alinea staat in dat document op bytes 33460 tot 34498.