Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7677.

4.3.4. Het laatste deel van deze stelling zou ik niet voor mijn rekening willen nemen. Ik meen hierover echter niet te hoeven uitweiden, nu het eerste deel van de stelling uitgaat van een casus (omkering van de bewijslast door het hof) die zich niet voordoet, zodat in deze zaak de stelling feitelijke grondslag mist. Ik verwijs naar mijn commentaar bij middelonderdeel 1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 41606 tot 41992.