Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 204 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7677.

Naar mijn gevoelen doet zich hier niét het geval voor waarin het hof deze tegenbewijslevering niet behoefde toe te laten omdat het op voorhand kon oordelen dat, indien dat bewijs wordt geleverd, dit niet tot een andere uitkomst leidt en dat het bewijsaanbod daarom niet ter zake dienend is.(22) Bij het door Timco gewenste horen van [betrokkene 5] omtrent diens in rov. 10 bedoelde twijfel, zullen, naar voor de hand ligt, vragen gesteld kunnen worden omtrent de oorzaken van die twijfel en de oorzaken van het weer verliezen van die twijfel. Het hof kon m.i. niet (begrijpelijk) op voorhand uitsluiten dat antwoorden op zulke vragen tot een andere bewijswaardering kunnen leiden. En indien men van Timco zou verlangen dat zij in haar bewijsaanbod ook het stellen van zulke vragen had moeten noemen, zou weer een te vergaande eis aan de specificatie van het aangeboden tegenbewijs zijn gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 60930 tot 61839.