Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 228 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7677.

19 Zie ook Visser, a.w., op p. 75. Ik geef nog één voorbeeld van gebruik van deze terminologie in recente rechtspraak. In het arrest van 6 april 2001, nr. C99/158, NJ 2002, 383 (Vellekoop/Wilton Feijenoord) bezigt de HR in rov. 3.4.2 de woorden: 'De rechter zal in een zodanig geval tot de slotsom kunnen komen dat op grond van die feiten en omstandigheden voorshands, dat wil zeggen behoudens door de benadeelde te leveren tegenbewijs, moet worden aangenomen...' (enz.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 64712 tot 65199.