Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7677.
3.9. De citaten in de paragraaf hiervóór illustreren meteen de in par. 3.1 te berde gebrachte terminologie. Wanneer de rechter, behoudens tegenbewijs, iets op voorhand aannemelijk acht, of indien hij woorden van gelijke strekking bezigt, is daarmee enerzijds gezegd dat het bewijs geacht moet worden te zijn geleverd, wanneer de wederpartij in het tegenbewijs niet slaagt.(15) Anderzijds doet dit er niet aan af dat bij de bewijswaardering een rol speelt dat er tot zo ver sprake kan zijn van niet meer dan vermoedens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 17945 tot 18479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f | shasum -a 256