Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7677.

4.1.5. Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden. Ik zou menen dat zij, net als onderdeel 2.1 afstuit op gebrek aan feitelijke grondslag, omdat het hof met de door hem gebezigde 'voldoende-waarschijnlijkheids'-terminologie kennelijk niet iets anders bedoeld heeft dan dat hij, behoudens tegenbewijs, het bewijs van Nationale Nederlanden afdoende heeft geacht. Daarbij herinner ik aan hetgeen hiervóór in par. 3 is uiteengezet: het gaat bij het bewijs niet om een wiskundige of natuurwetenschappelijke zekerheid, en bovendien mag de rechter - óók bij toepassing van art. 294 K - gebruik maken van vermoedens. Het onderdeel gaat ten onrechte daaraan voorbij. Ik herinner eraan dat, zoals in par. 3 aangegeven, de plicht tot het leveren van tegenbewijs niet het leveren van tegendeel-bewijs impliceert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2a2a2b58cd3e22db388671ab9b1a64e157752cff0931992c1839d22fb0cd7f, en de alinea staat in dat document op bytes 24741 tot 25561.