Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7679.
10) Volgens mij klaagt het middel hier met recht over een onjuiste rechtsopvatting dan wel een in de redenering van het hof aan het licht tredende denkfout. Vonnissen hebben bindende kracht - gezag van gewijsde, zoals het meestal wordt genoemd - tussen de bij die vonnissen betrokken partijen. Zij binden derden niet, al kan het zich voordoen dat een derde de gevolgen van het vonnis tegen zich moet laten gelden. Dit beperkte effect van vonnissen blijkt o.a. uit art. 236 Rv. (art. 67 Rv. (oud)). Het blijkt ook, zij het minder direct, uit art. 438, vijfde lid Rv., waar de mogelijkheid van verzet van een derde tegen de executie van een vonnis als een gegeven voorop wordt gesteld(4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a, en de alinea staat in dat document op bytes 9728 tot 10428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a | shasum -a 256