Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7679.

Ik heb mij afgevraagd of de beslissing niettemin stand kan houden omdat het hof daaraan ook andere dragende overwegingen ten grondslag heeft gelegd, maar ben tot de conclusie gekomen dat dat niet kan. Het hof heeft weliswaar met de overwegingen - in dezelfde rov. 6.4 - dat de vernietiging van de borgtocht waarop het tegen [betrokkene 1] gewezen vonnis berust wordt betwist en dat die kwestie (nog altijd) niet in rechte aanhangig is gemaakt, er blijk van gegeven niet van de gegrondheid van de stellingen van [eiseres] overtuigd te zijn - maar het heeft dat gedaan in het kader van een onderzoek naar het gegeven, of het tegen [betrokkene 1] gewezen vonnis op een kennelijke misslag berustte. Ik vind het te ver gaan om daaruit af te leiden dat het hof ook overigens - dus buiten het verband van dit onderzoek "en marge"- de door [eiseres] gepretendeerde rechten als onvoldoende aannemelijk heeft beoordeeld. Het hof is, door het verkeerde criterium dat het voor de beoordeling heeft gekozen, aan nader onderzoek van die gepretendeerde rechten niet toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a, en de alinea staat in dat document op bytes 13479 tot 14554.