Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7679.

De gegrondheid van de op dit punt gerichte klacht staat of valt met de uitleg die men aan de namens [eiseres] ingestelde vordering geeft. Kennelijk heeft het hof die vordering zo begrepen, dat die gericht was op schorsing van de executie die de maatschap daadwerkelijk in 1991 tegen de in beslag genomen onroerende zaken van [betrokkene 1] en [eiseres] in gang had gezet, en niet als een vordering die ook alle eventueel verder door de maatschap te nemen executiemaatregelen beoogde. Bij die uitleg kan een rol hebben gespeeld dat [eiseres] na de hervatting van de procedure ten overstaan van het hof (bij exploot van oproeping van 5 december 2000 en akte van 9 januari 2001), niets heeft aangevoerd met betrekking tot nadien nog te vrezen executiemaatregelen van de maatschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565963119f9460007a28d918eefd0c8bec0efc34b4251c349711234ae399475a, en de alinea staat in dat document op bytes 15978 tot 16769.