Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7682.

3.9. Uit het bovenstaande dringen zich de volgende gevolgtrekkingen op. Gezien de vrije bewijskracht van het strafvonnis was het weliswaar zonder schending van een rechtsregel mogelijk dat het hof als civiele rechter op grond van dit vonnis civielrechtelijk bewezen achtte dat [verzoeker] de misdrijven had gepleegd. De motiveringsplicht van het hof bracht evenwel met zich mee dat het hof zich hierbij niet, althans niet alleen, achter het niet onherroepelijke oordeel van de rechtbank die het strafvonnis heeft gewezen kon scharen. Het hof had de door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden, genoemd in het derde middelonderdeel, in zijn oordeel moeten betrekken. Het derde middelonderdeel slaagt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23da403985c896b043f931a4c36d4f747c911c27f09a4aa91075b3b4d3508589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23da403985c896b043f931a4c36d4f747c911c27f09a4aa91075b3b4d3508589, en de alinea staat in dat document op bytes 16388 tot 17117.