Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7691.

Uitgangspunt in het betoog van [eiser] is dat de reële huuropbrengst van alle verhuurde etages ongeveer ƒ 25.000 bedroeg. De Rechtbank aanvaardt dit uitgangspunt niet. Zij acht dit niet aannemelijk nu [eiser], ondanks herhaalde verzoeken, nooit bewijzen van betaling van de door hem als ontvangen opgegeven huur heeft verstrekt. Evenmin acht de Rechtbank aannemelijk gemaakt dat de zolderverdieping permanent werd verhuurd. De door [eiser] gemaakte bezwaren afwegend, komt de Rechtbank tot de conclusie dat de waardering van de verkoopwaarde van het onteigende door deskundigen op ƒ 330.000 niet onredelijk is. Dat oordeel berust op de aan de Rechtbank voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen en is niet onbegrijpelijk. Evenmin is het onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425, en de alinea staat in dat document op bytes 7423 tot 8205.