Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7691.

2.1.3. Subonderdeel b acht het onbegrijpelijk dat deskundigen de waarde van het totale pand hebben gewaardeerd op ƒ 330.000, terwijl zij alleen al aan de door [eiser] zelf bewoonde eerste verdieping een waarde hebben toegekend van ƒ 100.000. Verwezen wordt naar punt 40 van de pleitnota van [eiser]. Daarin wordt wederom uitgegaan van een feitelijke huuropbrengst van de verhuurde etages van ƒ 25.000, hetgeen, zoals ik ook reeds in punt 2.1.2. opmerkte, door de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt is geacht. Ook wordt daarbij van de veronderstelling uitgegaan dat het souterrain eenzelfde waarde heeft als de eerste verdieping. Nergens uit de stukken blijkt dat deze stelling juist is. Zij mist derhalve feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425, en de alinea staat in dat document op bytes 8225 tot 8968.