Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7691.

Het verlies bij onteigening van het voordeel dat ontstaat wanneer de feitelijke huurprijs van de onteigende bedrijfsruimte lager ligt dan de huur die objectief beschouwd kan worden bedongen (de markthuur), is dus schade die de huurder rechtstreeks en noodzakelijk door de onteigening lijdt en die op grond van art. 42, lid 1, Onteigeningswet voor vergoeding in aanmerking. Bij de vaststelling van die schade dient, zo blijkt uit het arrest, niet te worden uitgegaan van de objectief beschouwd te bedingen huur, maar van de feitelijk betaalde - lage - huur. Uitzondering wordt gemaakt indien en voorzover naar redelijke verwachting de huur - de onteigening weggedacht - binnen afzienbare tijd zou worden aangepast aan een marktconforme huur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425, en de alinea staat in dat document op bytes 17285 tot 18039.