Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7691.
2.4.4. Uit het dictum van het vonnis van de Rechtbank leid ik af dat de Rechtbank bij de bepaling van het voordeel wegens het voortgezet gebruik van het onteigende ervan is uitgegaan dat [eiser] het voortgezet gebruik van het onteigende in haar geheel heeft genoten. De Rechtbank heeft de rentevergoeding wegens het tijdelijke gemis van een deel van de vergoeding voor het onteigende namelijk toegekend per 1 juni 2001, de datum waarop het voortgezette gebruik eindigde. Over de periode vanaf de datum van inschrijving van het vervroegde onteigeningsvonnis (31 oktober 1997) tot het einde van het voortgezet gebruik heeft zij geen rentevergoeding toegekend. Hoe de Rechtbank tot die oordelen is gekomen, is onduidelijk nu zij daar geen enkele overweging aan heeft gewijd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425, en de alinea staat in dat document op bytes 22821 tot 23605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77eaf4d4ff99b88a811b231a66eb09bcf7bcf9418d654bcb3dfd4f462cb10425 | shasum -a 256