Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7885.

2.27 Met zijn overweging dat "voor de Provincie zichtbaar en controleerbaar was dat de op de voet van de Wet Ruimtelijke Ordening noodzakelijke planologische grondslag voor deze inrichting en voor de aanleg- en bouwvergunningen ontbrak en dat dus geen toegang bestond op een schadevergoeding ex art. 49 Wet Ruimtelijke Ordening (rov. 4.6.1)" heeft het hof kennelijk het oog gehad op de omstandigheid, dat (i) noch ten tijde van het afgeven van de (eerste) vergunning in 1985, noch ten tijde van de wijziging daarvan op 19 mei 1989, voor de inrichting en exploitatie van de afvalverwerkingsinrichting een planologische basis bestond, terwijl (ii) een vergoeding op de voet van artikel 49 WRO naar - ook destijds - vaste jurisprudentie in geval van een zogenaamd "legaliserend" bestemmingsplan niet in aanmerking komt(62). In deze benadering was het voor de vraag of de weg van artikel 49 WRO zou openvallen, niet van belang of het bestemmingsplan alsnog aan de inmiddels gerealiseerde bestemming zou worden aangepast(63).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b, en de alinea staat in dat document op bytes 67378 tot 68411.