Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7885.
43 Scheltema stelt zich in zijn noot op het standpunt dat de vraag hoe de burgerlijke rechter, hangende de procedure voor de bestuursrechter, het betrokken besluit moet beoordelen, van de problematiek van de formele rechtskracht zou moeten worden onderscheiden. Tegen het hanteren van de notie van formele rechtskracht nadat de bestuursrechter (onherroepelijk) heeft beslist, lijkt Scheltema daarentegen geen bezwaar te hebben: "M.i. ging het hier niet om de problematiek van de formele rechtskracht - hoewel de procedure de toonzetting van die problematiek draagt - maar om een duidelijk daarvan te onderscheiden probleem. Juist omdat de procedure bij de bestuursrechter nog liep, is de formele rechtskracht niet aan de orde: die was er eenvoudig nog niet. (onderstreping toegevoegd; LK)" Vgl. echter de noot van Scheltema bij HR 27 mei 1994, NJ 1997, 158, waarin hij de bindende kracht die aan een uitspraak van de bestuursrechter over de rechtmatigheid van een besluit toekomt, niet met de notie van formele rechtskracht, maar met die van gezag van gewijsde in verband brengt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b, en de alinea staat in dat document op bytes 88451 tot 89543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b | shasum -a 256