Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7885.

47 Dit was het geval in het in de vorige noot genoemde arrest Heesch/Van den Akker, waarin meer aan de orde was, dat uit een uitspraak van de ArRvS kon worden afgeleid dat een administratiefrechtelijke rechtsgang had opengestaan, terwijl dit niet voor de hand lag. Voorts speelde een rol dat de betrokken gemeente het privaatrechtelijke karakter van de aan de orde zijnde kwestie steeds had benadrukt. In de zaak Ekro/Staat (HR 11 november 1988, NJ 1990, 563) was aan de orde dat de Staat was afgeweken van een tot dan door hem gevolgde beleidslijn geschillen over keurlonen op privaatrechtelijke basis af te wikkelen en dat ten aanzien van de mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen op grond van de Veewet geheven keurlonen een ondoorzichtige situatie bestond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b, en de alinea staat in dat document op bytes 90134 tot 90911.