Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7885.

Naar mijn mening is het niet onbegrijpelijk dat het hof in de door het subonderdeel genoemde vindplaatsen in de conclusie van antwoord en dupliek in eerste aanleg een betwisting van hinder zoals door de Provincie bedoeld, niet heeft gelezen. Bij antwoord heeft de Provincie op de aangegeven plaats de illegaliteit van de stortactiviteiten bestreden en haar aansprakelijkheid op grond van het relativiteits- en causaliteitsbeginsel betwist, bij dupliek heeft zij op de aangegeven plaats betwist dat [verweerder] rechtens relevante vermogensschade heeft geleden. Op de aangegeven plaats in de memorie van antwoord (in het bijzonder op p. 4) heeft de Provincie inderdaad betwist dat [verweerder] woon- en leefgenot heeft gederfd. Deze betwisting was echter ongemotiveerd en noopte het hof mijns inziens niet tot een verdere motivering van zijn oordeel omtrent de door [verweerder] ondervonden hinder dan het heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77cf16d2c5ad941ca9b461957cadbbef56143e6009693e87b5d22b35e01dd42b, en de alinea staat in dat document op bytes 38163 tot 39095.