Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 111 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7899.
3.44 Ik besef uiteraard dat het voor [eiser 1] en anderen over wie door de pers in buitengewoon onvriendelijke zin wordt geschreven niet steeds gemakkelijk is te aanvaarden dat niet wordt onderzocht en ook niet van beslissende betekenis is of de aantijgingen aan hun adres juist zijn. Dit is evenwel de vrucht van het grote belang dat onder de vigeur van art. 10 EVRM wordt gehecht aan de vrijheid van meningsuiting. In de woorden van Jane Wright:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c, en de alinea staat in dat document op bytes 43222 tot 43682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c | shasum -a 256