Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7899.

2.2.1 [Eiser] c.s. hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat het artikel onjuistheden en verdachtmakingen bevat, dat de gestelde feiten de insinuaties/verdachtmakingen niet kunnen dragen, dat de feiten die het artikel vermeldt niet zijn gecontroleerd door te informeren bij [eiser] c.s. en dat er geen wederhoor is toegepast (dagv. onder 3-6 en cvr onder 4, 12-26, 31-32). Het artikel is, gezien de vele onjuistheden en onterechte insinuaties, onrechtmatig jegens [eiser] c.s. Bovendien is het artikel beledigend jegens [eiser 1]. Als gevolg hiervan heeft [eiser 1] immateriële schade gelden omdat hij in eer en goed naam is aangetast. [Eiser] c.s. hebben tevens materiële schade geleden omdat naar aanleiding van het artikel met name opdrachten van overheidswege in mindere mate worden verstrekt (dagv. onder 8 en cvr onder 34-36).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c, en de alinea staat in dat document op bytes 7409 tot 8267.