Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7899.

2.7.6 SP c.s. hebben recht op vrijheid van meningsuiting, zoals onder meer gewaarborgd in artikel 10 EVRM (rov. 9) Dit recht vindt zijn begrenzing in de zorgvuldigheid en de betamelijkheid die in het maatschappelijk verkeer jegens anderen in acht moet worden genomen. Indien een politieke partij een (vermeende) misstand in de maatschappij onder de aandacht van haar leden en een andere kleine kring van geïnteresseerden wil brengen, moeten die grenzen zowel ten aanzien van de vorm van de mededelingen als de inhoud daarvan ruim genomen worden (rov. 10). Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat in het artikel wordt gezinspeeld op de mogelijkheid dat [eiser] c.s. zich schuldig maken aan het omkopen van politici en/of ambtenaren, althans dat er sprake is van belangenverstrengeling tussen deze en [eiser] c.s. (rov. 12), maar dat het in het artikel ontbreekt aan werkelijke beschuldigingen als zouden [eiser] c.s. politici en/of ambtenaren omkopen. De conclusie wordt overgelaten aan de lezer en is verpakt in de mening van derden die worden geciteerd (rov. 17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b31b10654aad97e853f19a78e4159d5e24a34de9d86f761b809e0281ac02281c, en de alinea staat in dat document op bytes 23867 tot 24950.