Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 134 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7902.

4.36 Het zou de Staat hebben gesierd wanneer hij ruiterlijk had toegegeven dat hij in feitelijke aanleg evenmin als het Hof op deze gedachte is gekomen. Iure constituendo zou er m.i. veel voor te zeggen zijn dergelijke klachten (in cassatie) de pas af te snijden. Hoe dat zij: het gaat hier om een juridische kwestie (rechtsgrond) die het Hof ambtshalve had moeten onderzoeken. Het heeft dat nagelaten. Zoals reeds vermeld onder 3.3 is dat onjuist. Ook deze klachten slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eadf69d26baee704f2ade0312fb6757922189a598d6f2839c33d141983276764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eadf69d26baee704f2ade0312fb6757922189a598d6f2839c33d141983276764, en de alinea staat in dat document op bytes 51719 tot 52206.