Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7902.

2.2 [Verweerster] heeft aan deze vordering in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat de Staat jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door het uitvaardigen van het verbod en het doen van de uitlatingen. In cassatie is uitsluitend nog van belang de subsidiaire grondslag van de vordering. Deze houdt in dat de Staat onrechtmatig jegens [verweerster] heeft gehandeld door voor het onevenredige inkomensnadeel dat laatstgenoemde stelt te hebben geleden tengevolge van de uitlatingen en het handelsverbod geen compensatie te verschaffen (cvr onder 17-21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eadf69d26baee704f2ade0312fb6757922189a598d6f2839c33d141983276764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eadf69d26baee704f2ade0312fb6757922189a598d6f2839c33d141983276764, en de alinea staat in dat document op bytes 8079 tot 8648.