Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7935.

Dat er een onbegrijpelijke ongelijkheid tussen de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke handhaving van wetten zoals de Wet milieubeheer zou opdoemen kan ik niet zo goed inzien. Er moet niet uit het oog worden verloren dat de aan het openbaar ministerie en de strafrechter opgedragen beslissingen verschillen van de belangenafweging die het bestuur en de bestuursrechter hebben te maken. De bestuursrechter toetst het optreden van het bestuur, waarbij rechtmatigheid niet volledig te onderscheiden is van doelmatigheid. Dat noopt er, wat het leerstuk van de formele rechtskracht en de terugwerkende kracht van vernietiging van een besluit betreft, toe om zeer precies na te gaan waar de onmiddellijke rechtsgevolgen van het vernietigde besluit ophouden, vgl ABRvS, AB 2000, 78. In het strafrecht vergt het legaliteitsvereiste evenwel dat er niet alleen op het moment van begaan van het feit, maar ook ten tijde van de berechting daarvan een wettelijke grondslag is om het feit strafbaar te noemen. Dat brengt in het ordeningsstrafrecht mee dat strafrechtelijk ingrijpen niet langer mogelijk is indien in de keten van (algemeen verbindende en op het individuele geval toegesneden) voorschriften die tezamen de gedraging als een strafbare definiëren een schakel blijkt te zijn weggevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb49e52afea2696ce522ee285750b3f4e5173be74ec27914c477e1d11c293d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb49e52afea2696ce522ee285750b3f4e5173be74ec27914c477e1d11c293d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 14193 tot 15499.