Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7935.

16. Als ik het goed begrijp strekt het betoog ertoe dat 's Hofs beslissing, indien de bewuste vergunning wèl bij de stukken gevoegd zou zijn, wellicht de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie had moeten zijn, omdat [verdachte] pas na de vernietiging van de vergunning van 27 april 1999 kon weten dat de vergunning van 30 juli 1996 van kracht was gebleven, terwijl het met art. 1 Sr in strijd is om een verdachte te vervolgen ter zake van feiten waarvan hij het strafbare karakter niet kon beseffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb49e52afea2696ce522ee285750b3f4e5173be74ec27914c477e1d11c293d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb49e52afea2696ce522ee285750b3f4e5173be74ec27914c477e1d11c293d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 17024 tot 17554.