Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7938.
13. Ik meen dat uit de overwegingen ter verwerping van het als een beroep op een strafuitsluitingsgrond aangemerkte verweer valt af te leiden dat het Hof niet uit het oog heeft verloren dat voor toerekening van het gebruik van dierlijke meststoffen aan verzoekster bepalend is of zij over dat gebruik kon beschikken terwijl zij het heeft aanvaard of ten minste zulk gebruik placht te aanvaarden. Ik versta die overwegingen aldus dat in het eerste deel ervan, waarin is vastgesteld hoe ver de aan het beheer van landerijen verbonden verplichtingen zich uitstrekken, besloten ligt dat verzoekster ten aanzien van het gebruik van dierlijke meststoffen op de door haar beheerde landerijen beschikkingsmacht toekwam. Mijns inziens getuigt dat onderdeel van de overwegingen overigens niet van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. In het tweede deel van deze overwegingen ligt naar mijn inzicht het oordeel besloten dat verzoekster het verboden gebruik van dierlijke meststoffen heeft aanvaard. Dat oordeel berust op de vaststelling dat verzoekster heeft nagelaten geëigende maatregelen te treffen om het verboden gebruik van dierlijke meststoffen op de onder haar beheer staande landerijen door derden tegen te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d21f4ce470dbb4c0c44f295efdbbc884eaa658e9794ab12fd76221b310ea3dee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d21f4ce470dbb4c0c44f295efdbbc884eaa658e9794ab12fd76221b310ea3dee, en de alinea staat in dat document op bytes 11776 tot 13032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d21f4ce470dbb4c0c44f295efdbbc884eaa658e9794ab12fd76221b310ea3dee | shasum -a 256