Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7938.

18. De bestreden uitspraak zal derhalve niet in stand kunnen blijven. Die conclusie bereik ik met tegenzin. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat zekere [betrokkene 1], een werknemer van verzoekster, de contacten met huurders van de door verzoekster beheerde percelen regelt. Met een (wellicht ontoelaatbare) blik over de 'papieren muur' stel ik vast dat deze [betrokkene 1] in het opsporingsonderzoek heeft verklaard dat het bewuste perceel verhuurd was geweest aan zekere [betrokkene 2] uit [woonplaats]. Nadat verzoekster in eerste aanleg was vrijgesproken heeft de officier van justitie de verbalisant verzocht [betrokkene 1] nogmaals te horen teneinde nadere gegevens betreffende die [betrokkene 2] te verkrijgen. Met een uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal blijkende nonchalance heeft [betrokkene 1] opgegeven verder niets van die vorige huurder te weten. Mij dunkt dat dit, voor iemand die voor een beheerder van landerijen de contacten met huurders dient te onderhouden, grenst aan het ongeloofwaardige, terwijl het beweerde onvermogen om gegevens van vorige huurders te noemen mij onverenigbaar schijnt met een zorgvuldig beheer van percelen landbouwgrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d21f4ce470dbb4c0c44f295efdbbc884eaa658e9794ab12fd76221b310ea3dee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d21f4ce470dbb4c0c44f295efdbbc884eaa658e9794ab12fd76221b310ea3dee, en de alinea staat in dat document op bytes 15080 tot 16269.