Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

De klacht dat het Hof is voorbijgegaan aan het tijdsverloop tussen de aanvang van de behandeling in hoger beroep en de einduitspraak mist feitelijke grondslag. Blijkens de voorlaatste zin in de hierboven weergegeven overwegingen heeft het Hof zich ook van dat tijdsverloop rekenschap gegeven. Het oordeel dat dit tijdsverloop evenmin noopt tot het vaststellen van een overschrijding van de redelijke termijn is evenmin onbegrijpelijk te noemen. Ik wijs er op dat uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken blijkt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep meermalen is geschorst, mede naar aanleiding van verzoeken van de verdediging en onder andere in verband met het horen van getuigen, terwijl het Hof op diverse momenten gelegenheid heeft gegeven tot schriftelijke standpuntuitwisselingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 8959 tot 9776.