Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.
9. Namens verzoeker is op 1 november 2001 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 4 december 2002 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Mij dunkt dat dit tijdsverloop van dertien maanden geen rechtvaardiging kan vinden in de complexiteit van de zaak. De bewerkelijkheid daarvan blijkt uit grote aantal bewijsmiddelen die de aanvulling van het arrest vormen. Het vaststellen van die aanvulling heeft zonder twijfel veel tijd gekost. Het komt mij evenwel voor dat de zogenaamde 'inzendtermijn' van ten hoogste acht maanden ook bij bewerkelijke zaken in acht genomen zal moeten worden, en dat een overschrijding van die inzendtermijn slechts te rechtvaardigen is door zulke bijzondere omstandigheden als de noodzaak het uitwerken van een arrest en het inzenden van stukken op te houden in verband met connexe zaken waarin pas op een later tijdstip uitspraak kan worden gedaan, vgl HR NJ 1998, 810. Zulke bijzondere omstandigheden hebben zich in deze zaak niet voorgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 10001 tot 11050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417 | shasum -a 256