Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

10. Derhalve is de redelijke termijn bij de behandeling in cassatie inderdaad overschreden. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat het gevolg daarvan moet zijn dat het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk wordt verklaard aangezien ook in feitelijke aanleg reeds een overschrijding van de redelijke termijn is opgetreden. In ieder geval, zo wordt betoogd, is verwijzing van de zaak aangewezen, opdat na een feitelijke behandeling in zoverre wordt bepaald of het maatschappelijk belang bij ontneming nog zwaarder moet wegen dan verzoekers belang bij het niet-ontvankelijkverklaren van het openbaar ministerie en, in dat geval, in welke mate de betalingsverplichting gematigd dient te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 11089 tot 11829.