Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

Gezien de hierboven geschetste feiten en omstandigheden en de nauwe familiebetrekking waarin de verweerders tot elkaar staan, gaat het hof er evenals de rechtbank vanuit dat er binnen de organisatie sprake was van een zodanige nauwe samenwerking, onderlinge taakverdeling en hechte band, dat zij elk gelijkelijk meedeelden in de opbrengsten van zowel strafbare feiten waarvoor verweerder en zijn mede verweerders ieder individueel zijn veroordeeld, alsmede de soortgelijke feiten zoals opgenomen in het dossier. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat de verweerder en zijn medeverweerders ook ter terechtzitting in hoger beroep geen of onvoldoende door bewijsmiddelen gestaafde openheid van zaken hebben gegeven met betrekking tot de onderlinge verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof zal dan ook het wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot de autohandel voor een derde aan de verweerder toerekenen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 15301 tot 16256.