Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

18. Aan die verklaringen heeft het Hof kennelijk geen geloof gehecht. Dat is een aan de feitenrechter voorbehouden oordeel dat geen nadere motivering behoeft. Voorts kon het Hof uit de door de Rechtbank vastgestelde gang van zaken, die het Hof in zijn overwegingen heeft overgenomen en aldus tot zijn eigen waardering van de feiten heeft gemaakt, in samenhang met de vaststelling dat verzoeker en de andere verweerders hebben nagelaten op onderbouwde wijze opening van zaken te geven omtrent de verdeling van opbrengsten tussen hen, afleiden dat die opbrengsten in gelijke delen door de veroordeelden zijn genoten. Daar doet niet aan af dat de gebezigde bewijsmiddelen geen licht werpen op de verdeling van het voordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 18605 tot 19339.