Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

19. Voorts wordt nog betoogd dat het Hof in de verwerping van het verweer niet had mogen betrekken dat verzoeker geen onderbouwde opening van zaken heeft gegeven, gelijk het in een strafzaak niet toelaatbaar is om een leugenachtige verklaring als bewijsmiddel te hanteren. Bovendien zou een verkeerde maatstaf zijn aangelegd, omdat in 's Hofs overwegingen besloten zou liggen dat van verzoeker en zijn medeverweerders is verlangd dat zij een andere verdeling van de opbrengsten tussen hen zouden bewijzen, terwijl niet méér verlangd kan worden dan dat een verweerder zijn stellingen aannemelijk maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 19359 tot 19975.