Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

Ten eerste had het Hof de in het onherroepelijke vonnis van de burgerlijke rechter toegewezen vordering van de benadeelde derde alleen in mindering moeten brengen op het aan verzoeker toegerekende bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat vloeit voor uit de omstandigheid dat de benadeelde derde zijn vordering alleen tegen verzoeker geldend kan maken, en die niet (ten dele) kan verhalen op de twee andere veroordeelden. De in het zesde lid van art. 36e Sr opgenomen bepaling beoogt immers te waarborgen dat de schadevergoeding aan een benadeelde partij niet door de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gefrustreerd, en tevens te voorkomen dat een veroordeelde het verkregen voordeel twee maal (éénmaal aan een benadeelde derde, en éénmaal aan de Staat) moet afdragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 25038 tot 25852.