Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.
29. Voor zover ik kon achterhalen heeft de Hoge Raad zich hierover nog niet uitgelaten. Wèl zijn er enkele uitspraken aan te wijzen die zijdelings aan dit punt roeren. Ik noem HR NJ 1998, 90 en HR NJ 2001, 456. In geval een in rechte toegewezen vordering van een benadeelde derde van het voordeel wordt afgetrokken - welke aftrek verplicht is indien de toewijzing van de vordering onherroepelijk is, en in het andere geval onverplicht mag worden toegepast - dienen op verzoek van de veroordeelde ook de proceskosten en de rente, tot betaling waarvan hij in de civiele procedure is veroordeeld, in mindering te worden gebracht. Proceskosten en rente laten zich bezwaarlijk aanmerken als onderdeel van het door het feit verkregen voordeel. Daarom zou men in deze uitspraken een aanwijzing kunnen zien dat de Hoge Raad het niet noodzakelijk acht om de aftrek van in rechte toegewezen vorderingen van benadeelden te beperken tot het voordeel dat uit het schadetoebrengende feit is voortgevloeid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 28960 tot 29965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417 | shasum -a 256