Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.

"De regeling van art. 36e, zesde lid, Sr beoogt te voorkomen dat iemand hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel meermalen zou moeten terugbetalen, zij het aan verschillende (rechts)personen. Dit brengt mee dat bij de toepassing van die regeling slechts in aanmerking komt de in rechte onherroepelijk toegekende vordering van een (rechts)persoon strekkende tot vergoeding van diens schade als gevolg van het feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt, indien en voor zover tegenover die schade een daarmee corresponderend voordeel voor de veroordeelde staat. Tegenover de immateriële schade die een (rechts)persoon heeft geleden als gevolg van het feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt, staat niet een zodanig voordeel. Het vorenstaande laat onverlet dat de rechter met toepassing van de maatstaf, zoals vervat in de laatste volzin van het vierde lid van art. 36e Sr, het aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen bedrag lager kan vaststellen dan het geschatte voordeel."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 30512 tot 31557.