Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8048.
Opmerking verdient dat het Hof de vrijheid had om verzoeker voor het meerdere van de vordering van [persoon 1] tegemoet te komen door de op te leggen betalingsverplichting op de voet van het vierde lid, laatste volzin, van art. 36e Sr te matigen. Kennelijk heeft het Hof geen aanleiding gezien om van die discretionaire bevoegdheid gebruik te maken. Dat oordeel is, naar mij voorkomt, ook zonder afzonderlijke motivering niet onbegrijpelijk te noemen, terwijl het in cassatie niet in verdergaande mate kan worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417, en de alinea staat in dat document op bytes 32689 tot 33225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cbf1f2fe81207d7df71592ecada12bcdd0441cbba5c29861e227dbc02e4b417 | shasum -a 256