Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8050.

34. Dat het Hof het noodzakelijk vond de betreffende getuige te doen horen door de Rechter-Commissaris doet hier niet aan af. Het Hof acht zich immers, zie wederom het hierboven onder nr. 25 weergegeven citaat, voldoende ingelicht door diens in het proces-verbaal van het verhoor van de bedreigde getuige opgenomen verklaring. Aan de door het Hof gevoelde noodzakelijkheid is derhalve wat het Hof betreft geheel voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc, en de alinea staat in dat document op bytes 29303 tot 29736.