Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8050.

36. Het Hof heeft terecht overwogen dat het wettelijke systeem een dergelijk onderzoek niet toelaat nu de Rechter-Commissaris ter wille van de bescherming van de anonimiteit van de bedreigde getuige heeft belet dat het antwoord ter kennis van de verdediging kwam. De overweging dat de Rechter-Commissaris zich, als hem daarover een vraag gesteld zou worden, hoogstwaarschijnlijk op zijn verschoningsrecht zou beroepen, is in het licht van de door de Rechter-Commissaris genoemde reden om het antwoord op de vraag niet vrij te geven, niet onbegrijpelijk. Zijn antwoord zou dan immers ook gevaren voor de anonimiteit van de bedreigde getuige inhouden, omdat ervan kan worden uitgegaan dat het antwoord van de getuige niet wezenlijk afweek van wat de Rechter-Commissaris op een dergelijke vraag zou kunnen antwoorden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc, en de alinea staat in dat document op bytes 29962 tot 30790.