Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8050.

37. Het antwoord op de vraag of deze beperking van het ondervragingsrecht onverenigbaar is met het recht op een eerlijk proces, is door het Hof gegeven in de hierboven in nr. 25 geciteerde overweging. Mede gelet op de omstandigheid dat de ratio achter de rechterlijke controle op het eventueel anoniem horen van een reeds eerder op naam gehoorde getuige, is het voorkomen van de mogelijkheid dat de indruk wordt gewekt dat het om twee verschillende getuigen gaat (MvA, Kamerstukken II 1992/1993, 22 483, nr.6, p.22), is dat oordeel ook ten aanzien van deze beperking niet onbegrijpelijk. Nu in casu de verklaring van de bedreigde getuige niet voor het bewijs is gebruikt, doet het risico dat twee verklaringen van dezelfde getuige worden gepresenteerd als twee verklaringen van verschillende getuigen zich immers niet voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc, en de alinea staat in dat document op bytes 30810 tot 31646.