Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8050.
47. Het Hof is inderdaad niet uitdrukkelijk op dit verweer ingegaan in zijn arrest. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof hetgeen in par. 62 van de pleitnota was opgenomen beschouwd als een onderdeel van het verweer dat er ongeoorloofde verhoormethoden zijn toegepast: de par. 56-63 staan in de pleitnota immers onder het kopje "DE STRAFMAAT en OVERTREDING PRESSIEVERBOD ARTIKEL 29 EN ONSCHULDPRESUMPTIE en er wordt een duidelijk verband gelegd tussen het te laat waarschuwen van de piket-advocaat en de intensieve verhoren die in de periode voorafgaand aan het melden van de inverzekeringsteling plaatsvonden. Derhalve ligt de verwerping besloten in de overweging dat het geenszins aannemelijk is geworden dat ten aanzien van verdachte ongeoorloofde verhoormethoden zijn gebezigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc, en de alinea staat in dat document op bytes 35405 tot 36209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc | shasum -a 256