Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8050.

26. Dat oordeel geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Nu in het middel geen enkel argument tegen deze overweging van het Hof naar voren wordt gebracht, wil ik daarmee volstaan. De aan deze klacht kennelijk ten grondslag liggende opvatting dat beperkingen zoals in het middel genoemd op zich onverenigbaar zijn met art. 6 EVRM, is onjuist. Zelfs als dergelijke beperkingen worden aangebracht bij de ondervraging van een anonieme getuige wiens verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, kan dat aanvaardbaar zijn, zoals blijkt uit de beslissing van het EHRM in de zaak Kok (NJ 2001, 401). Ook de tweede klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47403e64a99efe27b1d4dfa62bfb95d11c0a442cd7df6e7a0436dfe7bf4283bc, en de alinea staat in dat document op bytes 26656 tot 27323.